Historie
The Black Brunswickers
De historie van de batterij bereden artillerie
Een van de belangrijkste Britse vreemdelingen eenheid en wellicht het meest beruchte was het in zwart geklede Brunswijk korps.

Hertog Friedrich Wilhelm van Brunswijk was na het verlies van zijn hertogdom 1807 geobsedeerd om wraak te nemen op Napoleon en de Fransen.
Hertog Friedrich Wilhelm van Brunswijk richtte op 1 april 1809 een nieuw korps op
Als een psychologische expressie van zijn gevoelens kleedde hij het nieuwe leger in zwarte uniformen, Zo kreeg hij de bijnaam “zwarte hertog”(Black Duke, Schwarzer Herzog ). Zijn korps werd bekend als de “zwarte eenheid”(Black Band, Schwarze Schar)
Aanvankelijk bestond dit korps uit een licht infanterie regiment met 8 compagnieën verdeeld in twee bataljons, een huzaren regiment met 8 squadrons en een batterij bereden artillerie.
Oprichting van de batterij bereden artillerie
Voor de oprichting van de batterij werd kapitein Georg Ludwig Korfes benoemd en hij werd tevens tot commandeur benoemd.
De kanonnen en de daartoe benodigde uitrusting werd uit Oostenrijkse voorraden gehaald
De Batterij was als volgt samengesteld:
- 2 lichte 6 ponder kanonnen
- 2 lichte Houwtsers
- Laadgereedschap en toebehoren
- 8 Munitiewagens, met 240 kogels
Voor meer munitie moest hertog Friedrich Wilhelm zelf zorgen. Het stampersoneel (officieren en onderofficieren) waren ervaren artilleristen, de troepen moesten nieuw worden gerekruteerd
Midden april kwamen het geschut en de paarden vanuit Jacobstadt binnen en werden in het 2 kilometer van Hachod gelegen Neustadt gestationeerd. De batterij bestond nu uit: twee 6 ponder kanonnen, twee 7 ponder houwitsers, vier munitiewagens, twee voorraad-/trainwagens (met 18 Boheemse trainsoldaten) en een veldsmederij.
Als op 9.April 1809 de oorlog tussen Oostenrijk en Frankrijk uitbrak, gaf hertog Friedrich Wilhelm op 12.april het mars bevel voor zijn korps. Er volgden operaties in Bohemen en Sachsen. De Brunswijker batterij kreeg haar vuurdoop tijdens het gevecht om Zittau. De batterij had tot dat tijdstip een sterkte van: 1 kapitein, 2 leutenanten, 1 vaandrig, 8 onderofficieren, 2 trompetters, 1 bereden smid en 71 kanonniers. Na de nederlaag van de Oostenrijkers bij Wagram en de wapenstilstand met Frankrijk besloot hertog Friedrich Wilhelm tot een gewaagde onderneming: Mars naar de Noordzee, verbinding opnemen met de Engelsen en overtocht naar Engeland.

De mars in richting noord Duitsland volgde op 24.Augustus 1809 vanuit Zwickau. De batterij nam tijdens deze tocht succesvol deel aan de aanval op Halberstadt 29.07.1809 en het gevecht om Oelper op 01.08.1809. Na het gevecht van Oelper zette de hertog zijn tocht naar de Noordzee voort en het lukte, ondanks achtervolgingen door Rijnbond troepen en de bedreiging door vanuit het noorden komende Deense troepen, Elsfleth te bereiken. De batterij verloor tijdens deze mars een 6 ponder kanon en twee munitiewagens. In Elsfleth werden de kanonnen gedemonteerd, op de wachtende schepen verladen en mee naar Engeland genomen. De rest van de uitrusting werd vernietigd en verbrand.
In Engeland werd de batterij ontbonden, omdat de Engelse regering het troepenkorps van de hertog geen artillerie toestond. Officieren, onderofficieren en soldaten werden over de verblijvende Brunswijker troepen verdeeld en vochten in een Engels-Brunswijkse brigade.
Heroprichting in het jaar 1813
Na de nederlaag van Napoleon in Leipzig en de zeges van de geallieerden, keerde op 22 december 1813 hertog Friedrich Wilhelm terug in het hertogdom Brunswijk waarna onmiddellijk met de oprichting van een nieuw Brunswijks leger werd begonnen. De opdracht voor de nieuw te vormen Brunswijker artillerie kreeg Majoor Moll. Omdat het Zeughaus geen voorraden aan kanonnen meer had werden Franse, Westfaalse en Nederlandse 6 ponder kanonnen en 7 ponder houwitsers in Leipzig aangekocht.(het ging hier om buit gemaakte stukken) Officieren, onderofficieren en soldaten werden voor het grootste gedeelte samengesteld uit de artilleristen van de batterij uit 1809. Opgericht werd een batterij te voet (195man) en een rijdende batterij (200 man) met 8 stuks geschut.
Beide batterijen namen deel aan de veldtocht 1814 en marcheerden via het departement Nedermaas naar Brabant (België), kwamen echter niet in contact met de vijand. Tijdens de veldtocht werd de rekruten opleiding afgesloten. Na de beëindiging van de veldtocht volgde de terugtocht naar het hertogdom Brunswijk.
In 1815 stuurde het in ere herstelde hertogdom Brunswijk zijn leger voor het tweede maal via het departement Nedermaas naar Brabant om zich aan te sluiten bij de geallieerden voor de slag van Waterloo. Het vocht hier prima bij Quatre Bas 16-07-1815, waar de hertog werd gedood

Na de slag van Waterloo volgde de opmars naar Frankrijk. De batterijen namen hier kwartier voor Parijs als zogenaamde “bezettingsmacht”.
Op 06 december volgde de terugtocht naar het hertogdom Brunswijk. Op 29 januari 1816 trokken beide batterijen in samenstelling met de andere Brunswijker troepen feestelijk de stad Brunswijk binnen.
Het uniform van de artillerie
Het uniform was geheel zwart, inclusief knopen en galons. De uitmonstering was geel.
De sjako had een insigne van een schedel en botten. De hangende pluim was een onderscheidend kenmerk van de Brunswijkers. Het leerwerk was zwart van kleur.

De troepen

